Veelgestelde Vragen over Dosimetrie

Veel gestelde vragen aan de dosimetriedienst. Zit uw vraag er niet bij? Mail deze dan naar [email protected] en wij zorgen voor beantwoording.

1.     Bij aanmelding dien ik de Burgerservicenummers te overleggen van de personen waarvoor een dosismeter wordt aangevraagd. Ben ik daartoe verplicht en welke garanties biedt de dosimetriedienst dat deze niet worden misbruikt.

In het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming is in artikel 7.17 opgenomen dat als onderdeel van de identificatie van de werknemer het Burgerservicenummer dient te worden overlegd. De dosimetriedienst gebruikt dit nummer alleen voor het uitvoeren van haar taken en stelt dit alleen ter beschikking aan het NDRIS, het Nationaal Dosis­Registratie en ‑Informatie­Systeem. Het privacy-beleid van de dosimetriedienst is vastgelegd in de leveringsvoorwaarden die beschikbaar zijn op de website www.dosimetrie.nl.

 

2.     Wat moet ik met een melding over een overschrijding van het waarschuwingsniveau?

Wanneer een dosisuitslag hoger is dan het ingestelde waarschuwingsniveau, dan wordt hiervan direct via een e-mail melding gedaan aan de opdrachtgever. Deze kan dan desgewenst al een onderzoek starten naar de reden van deze dosis zonder eerst op het dosisrapport te moeten wachten. De hoogte van het waarschuwingsniveau is standaard ingesteld op de waarde 1 mSv. Wanneer gebruik wordt gemaakt van de webapplicatie dan is deze zelf te wijzigen.

 

3.     Ik of een van mijn medewerkers heeft een dosis opgelopen; wat nu?

Dit is in principe een zaak voor degene die verantwoordelijk is voor het straling hygiënisch toezicht bij de klant (de verantwoordelijk deskundige zoals genoemd bij de aanvraag van de Kern­energie­wet­vergunning).

Het hangt ervan af hoe hoog de dosis is. Voor een waarde van 0,01 – 0,05 mSv geldt dat deze zo laag is dat geen directe actie nodig is. Op dit niveau is het niet zonder meer duidelijk of de gerapporteerde dosis het gevolg is van een variatie ten gevolge van meetonzekerheden bij de uitlezingen, variatie in het natuurlijke achtergrondsignaal of daadwerkelijk is veroorzaakt door een stralingsbron bij de werkgever. Wanneer de gerapporteerde dosis hoger is dan 0,05 mSv, dan is er in het algemeen wel sprake geweest van een blootstelling aan een stralingsbron.

 

4.     Wat wordt bedoeld met de categorie A- en B-werknemer?

Ten behoeve van monitoring en toezicht wordt onderscheid gemaakt tussen niet-blootgestelde en blootgestelde werknemers. Blootgestelde werknemers worden op hun beurt onderscheiden in A- en B-werknemers. De indeling hangt samen met de stralingsdosis die genoemde werknemers kunnen ontvangen in een kalenderjaar. Met betrekking tot de effectieve dosis geldt:

  • Niet-blootgestelde werknemer: minder dan 1 mSv per kalenderjaar
  • Blootgestelde werknemer:                    1 – 20 mSv per kalenderjaar
  • B-werknemer:                                       1 – 6 mSv per kalenderjaar
  • A-werknemer:                                       6 – 20 mSv per kalenderjaar

Voor de dosislimieten van een aantal organen per type werknemer wordt verwezen naar de artikelen 7.3 en 7.11 van het ‘Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming’. In het algemeen draagt de stralingsdeskundige van de ondernemer zorg voor de indeling van de werknemers.

 

5.     Ben ik verplicht om een dosismeter te dragen?

De verplichting om een dosismeter te dragen geldt voor blootgestelde werknemers. Dit zijn werknemers die een effectieve dosis kunnen ontvangen van 1 mSv of meer per kalenderjaar of die de dosislimiet voor niet-blootgestelde werknemers voor de ooglens of de huid kunnen overschrijden. De nadruk ligt op de woorden ‘kunnen ontvangen’; ook ongebruikelijke situaties moeten in ogenschouw worden genomen via een RI&E (Risico-inventarisatie en –evaluatie).

Voor de overige werknemers geldt er geen wettelijke verplichting. De werkgever kan met de uitslagen van de persoonsdosismeters echter goed de doeltreffendheid van stralingshygiënische maatregelen controleren en kwantitatief onderbouwen. Het dragen van persoonsdosismeters levert daarmee een positieve bijdrage aan het bewustzijn van de stralingsrisicio’s.

 

6.     Ik wil graag overstappen op kwartaaldosismeters; mag dat?

In de Regeling ‘Stralingsbescherming beroepsmatige blootstelling 2018’ is geregeld dat voor blootgestelde werknemers de maximale tijd tussen twee uitlezingen van een persoonsdosismeter vijf weken bedraagt. Blootgestelde werknemers zijn werknemers die een effectieve dosis kunnen ontvangen van 1 mSv of meer per kalenderjaar. De nadruk ligt op de woorden ‘kunnen ontvangen’; ook ongebruikelijke situaties moeten in ogenschouw worden genomen via een RI&E (Risico-inventarisatie en –evaluatie). Indien uit deze RI&E volgt dat uw werknemers niet meer behoeven te worden ingedeeld als blootgestelde werknemer, kan worden overgestapt op kwartaaldosismeters.

Vaak wordt als reden van deze vraag opgegeven dat de afgelopen jaren geen doses van betekenis is opgelopen door de medewerkers. Dit is een bevestiging dat men zich aan de regels houdt en de stralingshygiëne goed onder controle is, maar vormt op zich geen bewijs om over te stappen op kwartaaldosismeters. 

 

7.     Mijn medewerkster is zwanger; wat zijn de implicaties?

De stralingshygiënische zorg valt onder de verantwoordelijkheid van de werkgever. De wettelijke regels met betrekking tot zwangerschap zijn vastgelegd in artikel 7.36 van het ‘Besluit basis­veiligheids­normen stralingsbescherming’. De ondernemer dient er voor zorg te dragen dat de equivalente dosis voor het ongeboren kind zo laag als redelijkerwijs mogelijk is en dat deze dosis vanaf het moment van melding van de zwangerschap aan de ondernemer tot aan het einde van de zwangerschap niet meer zal zijn dan 1 mSv.

Ter controle van de 1 mSv-grens wordt aanbevolen een extra op naam van de zwangere werknemer gestelde dosismeter aan te vragen die deze aan de broekband kan dragen (bij gebruik van een loodschort: onder het loodschort). De dosis op deze dosismeter wordt gerapporteerd op naam van de werknemer maar onder een ander volgnummer. De (cumulatieve) dosisuitslag van dit abonnement kan worden gebruikt als (equivalente) dosis voor het ongeboren kind. Na afloop van de zwangerschap moet de werkgever zelf zorgdragen voor het weer opzeggen van deze extra dosismeter.

 

8.     Hoe lang dien ik de dosisgegevens te bewaren?

Hoe lang de ondernemer de dosisgegevens moet bewaren, hangt af van de categorie-indeling van de betreffende werknemers. In artikel 7.16 van het ‘Besluit basis­veiligheids­normen stralings­bescherming’ is opgenomen dat voor iedere blootgestelde werknemer afzonderlijk een aantal gegevens dienen te worden bewaard, waaronder de dosisresultaten. Deze gegevens dienen te worden bewaard totdat de betrokken werknemer de leeftijd van 75 jaar heeft bereikt of zou hebben bereikt, maar ten minste 30 jaar nadat deze persoon de werkzaamheden heeft beëindigd. Een blootgestelde werknemer is een werknemer die een effectieve dosis kan ontvangen van meer dan 1 mSv in een kalenderjaar.

 

9.     Wij hebben ook een vestiging in het buitenland; kan ik voor de mensen daar ook dosismeters bestellen?

Hiervoor gelden de lokale wet- en regelgeving in het betreffende land. De dosis­meters van Mirion Dosimetry Services zijn erkend door de Nederlandse overheid maar niet daarbuiten. Als men voor de betreffende werkzaamheden niet verplicht is om een dosismeter te dragen, dan bestaat er geen bezwaar om de dosismeters van Mirion Dosimetry Services te gebruiken. Op deze wijze houdt de werkgever zicht op de stralingshygiënische situatie binnen zijn bedrijf en is beter voorbereid op eventuele toekomstige claims.

 

10.  Mijn medewerker moet werkzaamheden in het buitenland uitvoeren. Heb ik een dosismeter nodig?

Of de medewerker een dosismeter nodig heeft, hangt af van de stralingsniveaus waaronder de werkzaamheden worden verricht en van de lokaal geldende regels. Het meenemen van een dosismeter kan in ieder geval geen kwaad en geeft u als verantwoordelijke voor het welzijn van uw werknemers informatie over de door de medewerker gelopen risico’s. Heeft de betreffende medewerker al een eigen persoonsdosismeter, dan is geregeld in artikel 7.19 van het ‘Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming’ dat hij/zij in dat geval deze dosismeter ook in het buitenland moet gebruiken.

Doordat de bagage tegenwoordig uitgebreid wordt gescand (luchthavens, hotels) met behulp van röntgen­apparatuur, wordt aanbevolen om per werknemer twee dosismeters te nemen, de op naam gestelde persoonsdosismeter en een transit-dosismeter. Tijdens de reis bevinden beide dosismeters zich in elkaars nabijheid in de bagage; na aankomst wordt de op naam gestelde persoonsdosismeter gedragen, terwijl de transit-dosismeter in de bagage blijft. Op de terugreis worden de dosismeters weer bij elkaar gevoegd in de bagage. Het verschil in uitkomst tussen beide dosismeters geeft de door de medewerker bij het uitvoeren van de radiologische handelingen ontvangen dosis aan. Transit-dosismeters kunnen worden aangevraagd via e-mail bij de dosimetriedienst.

De dosisresultaten van de persoonsdosismeter en de transit-dosismeter worden separaat op de gebruikelijke wijze gerapporteerd. Op verzoek van de ondernemer kan een correctie voor de transitdosis worden uitgevoerd. De werkwijze met betrekking tot de correctie voor transitdoses is op aanvraag beschikbaar via [email protected].

 

11.  Wanneer kan ik een Instadose in gebruik krijgen?

Mirion Dosimetry Services is inmiddels door de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralings­bescherming (ANVS) erkend om Instadose toe te passen als dosiscontrolemiddel. Momenteel wordt gewerkt aan de implementatie van de Instadose in de dosisadministratie en de verdere logistiek.

 

12.  Ik ontvang de dosisrapportage per e-mail; kan u mijn collega ook een afschrift zenden?

Nee, dat is helaas niet mogelijk. In ons systeem is voorzien in één e-mailadres per werkgever en één e-mailadres per abonnements­groep. De oplossing hiervoor is gebruik te gaan maken van onze webapplicatie ‘Dosimetry online’. U kunt dan instellen dat ook anderen toestemming krijgen om de dosisgegevens in te zien.

 

13.  Wat is de laatste mogelijkheid om de dosismeter terug te sturen?

Een retour ontvangen dosismeter wordt altijd uitgelezen en de resultaten hiervan gerapporteerd. De ervaring is echter dat hoe langer het duurt voor een dosismeter is uitgelezen (>6 maanden), hoe groter de onzekerheid van de dosisuitslag zal zijn.

U ontvangt een melding als op het moment van rapportage de dosismeter niet door ons is terugontvangen. Na drie meldingen wordt de betreffende dosismeter als verloren beschouwd en worden de vervangingskosten in rekening gebracht. Het alsnog terugzenden van de betreffende dosismeter geeft geen recht op restitutie van het in rekening gebrachte bedrag.

 

14.  Ik ben mijn dosismeter kwijt; wat moet ik doen?

Wilt u voor de resterende tijd van de periode een andere dosismeter? Deze kan binnen drie werkdagen worden toegestuurd. Via de website heeft u de mogelijkheid om zelf een nieuw abonnement te openen (voor één periode). Wilt u geen andere dosismeter, dan wacht u op uw dosismeter voor de nieuwe periode.

In beide gevallen, wel of geen vervangende dosismeter, wordt voor de verloren gegane dosismeter een DNO-melding op de dosisrapportage gegeven. Na drie meldingen verdwijnt deze melding en ontvangt u een rekening voor de vervanging van de dosismeter.

 

15.  Mijn dosismeter is stuk gegaan; hoe verder?

Wilt u voor de resterende tijd van de periode een andere dosismeter? Deze kan binnen drie werkdagen worden toegestuurd. Via de website heeft u de mogelijkheid om zelf een nieuw abonnement te openen. Wilt u geen andere dosismeter, dan wacht u op uw dosismeter voor de nieuwe periode.

De kapotte dosismeter doet u met alle eventuele losse onderdelen in een plastic zakje met in het zakje een briefje met toelichting wat er met de dosismeter is voorgevallen.

Indien mogelijk wordt de dosismeter uitgelezen en de resultaten daarvan op de gebruikelijke wijze aan u gerapporteerd. Als de detectoren in de dosismeter te beschadigd zijn of geheel afwezig, dan lukt dat helaas niet. Wij zullen dat dan melden in het dosisrapport via de melding DNO (Dosismeter niet ontvangen).

 

16.  Mijn dosismeter is in de was geweest; wat nu?

Op deze afstand is niet te beoordelen of de dosismeter nog in orde is. Wilt u voor de resterende tijd van de periode een andere dosismeter? Deze kan binnen drie werkdagen worden toegestuurd. Via de website heeft u de mogelijkheid om zelf een nieuw abonnement te openen. Wilt u geen andere dosismeter, dan wacht u op uw dosismeter voor de nieuwe periode.

De “schone” dosismeter retourneert u in een plastic zakje met in het zakje een briefje met toelichting wat er met de dosismeter is voorgevallen.

Indien mogelijk wordt de dosismeter uitgelezen en de resultaten daarvan op de gebruikelijke wijze aan u gerapporteerd. Als de detectoren in de dosismeter te beschadigd zijn, dan lukt dat helaas niet. Wij zullen dat dan melden in het dosisrapport via de melding DNO (Dosismeter niet ontvangen).

 

17.  Ik heb mijn dosismeter aan u geretourneerd, maar u meldt DNO op het dosisrapport. Hoe kan dat?

U krijgt een DNO-melding wanneer op het moment dat het dosisrapport wordt aangemaakt er nog geen meetgegevens van de betreffende dosismeter voorhanden zijn. Wanneer de dosismeter inmiddels wel is opgestuurd, dan worden deze resultaten gemeld in het volgende dosisrapport met daarbij in de kolom bijzonderheden de afkorting NAG (nagekomen rapportage). Om deze situatie in de toekomst te voorkomen wordt aangeraden de gebruikte dosismeters snel na aankomst van de nieuwe dosismeters te retourneren.

 

18.  Wat betekenen de afkortingen DNO, TVO, NAG, … op het dosisrapport?

De afkortingen staan op het dosisrapport vermeld, rechts naast het adres. Als de melding betrekking heeft op een andere periode dan genoemd in de kop van het dosisrapport, dan is dit aangegeven in de kop bijzonderheden.

 

19.  Worden de doses in NDRIS opgeslagen?

Alle dieptedoses, het persoonsdosisequivalent op 10 mm diepte, Hp(10), die met op naam gestelde lichaamsdosismeters zijn bepaald, worden doorgegeven aan het NDRIS, het Nationaal Dosis­Registratie en -InformatieSysteem. De doses bepaald met ooglensdosismeters, ringdosismeters, ruimtedosismeters en extra dosismeters worden niet in het NDRIS opgenomen.

 

20.  Ik wil een dosis in het NDRIS wijzigen; hoe regel ik dat?

Op de site van het NDIS (www.NDRIS.nl) is een aanvraagformulier ‘Wijziging dosisgegevens in het NDRIS’ opgenomen die de te bewandelen route beschrijft. De procedure omvat het indienen van een verzoek tot wijziging gericht aan Inspectie SZW, de vroegere Arbeidsinspectie.

 

21.  Een van mijn medewerkers heeft radioactiviteit binnengekregen. Hoe meld ik de resulterende dosis bij het NDRIS aan?

Op de site van het NDRIS (www.NDRIS.nl) is een aanvraagformulier ‘Melden volgdosis aan NDRIS’ opgenomen die de te bewandelen route beschrijft.

 

22.   Hoe krijg ik een overzicht van mijn dosishistorie?

Op de site van het NDRIS (www.NDRIS.nl) is aangegeven hoe een verzoek om een dosisoverzicht moet worden ingericht.

 

23.  Wanneer heb ik een stralingspaspoort nodig en hoe kan ik die aanvragen?

De NDRIS-beheerder kan op verzoek van een ondernemer een stralingspaspoort afgeven. Een stralingspaspoort kan worden aangevraagd via een formulier op de site www.NDRIS.nl,  te vinden onder het kopje ‘Aanvragen stralingspaspoort’. Vanuit de Nederlandse wetgeving is een stralingspaspoort bij het uitvoeren van handelingen in binnen- of buitenland niet verplicht.

 

Contact:

Mirion Dosimetry Services
Postbus 60067, 6800 JB Arnhem
T: +31 (0)26 7911011
E: [email protected]
KvK: 71875476